Een huishouden met een doorsnee inkomen kon tien jaar geleden nog een hypotheek krijgen. In 2024 kwam zo'n huishouden gemiddeld meer dan 100.000 euro tekort, schrijft het Centraal Planbureau (CPB).
"De afgelopen tien jaar zijn de huizenprijzen veel harder gestegen dan de inkomens en de maximale hypotheken", schrijft het onafhankelijke onderzoeksbureau. Door de stijging is slechts een op de vijf koopwoningen te betalen met een doorsnee inkomen. In 2015 was dat nog drie op de vijf huizen.
Het verschil tussen de koopprijs en de maximale hypotheek is sinds 2015 verdubbeld. Nu is dat verschil dus ruim 100.000 euro. "Dat wijst op een groter beroep op spaargeld, overwaarde of financiële steun van familie", schrijft het CPB.
Vooral jonge huishoudens zijn volgens het CPB de dupe. "Bijna de helft van de 27- tot 34-jarigen heeft minder dan 10.000 euro spaargeld." Kopers hebben steeds vaker vermogende ouders nodig.
Tegelijkertijd zijn toezichthouders DNB en AFM tegen het verruimen van de leennormen. Als mensen meer kunnen lenen voor de koop van een woning, kan dat leiden tot hogere schulden en daarmee tot hogere risico's voor huishoudens. Ook zou het de huizenprijzen verder kunnen opdrijven.
"Een verruiming is daarom onwenselijk", schrijft De Nederlandsche Bank (DNB). "Om de problemen op de woningmarkt aan te pakken en de risico's voor de financiële stabiliteit te verkleinen is een brede mix van beleidsmaatregelen nodig." DNB noemt daarbij het uitbreiden van het woningaanbod en het verminderen van de fiscale voordelen van een eigen woning.



