Dat blijkt dinsdag uit nieuwe cijfers van het CBS. Het statistiekbureau keek naar alle nieuwbouw in 2024: van nieuwe koopwoningen tot nieuwe corporatiewoningen die ter verhuur werden aangeboden.
In 2024 woonden 121.000 mensen in nieuwbouwwoningen die door de overheid als betaalbaar worden aangemerkt. De betaalbaarheidsgrens houdt in dat woningen niet duurder mogen zijn dan de grens van de Nationale Hypotheek Garantie (NHG). Die lag in 2024 op 435.000 euro. Meer dan twee derde van alle woningen was in 2024 duurder. In 2026 ligt de grens op 470.000 euro.
Dat wil zeggen dat in de praktijk tussen de 58 en 66 procent van alle nieuwe koopwoningen in 2024 naar huishoudens met een hoog inkomen ging. Tien jaar geleden kon een huishouden met een doorsnee-inkomen nog een hypotheek krijgen, schreven we eerder in dit artikel. Maar inmiddels heb je een inkomen van bijna twee keer modaal nodig om een woning te kunnen kopen. Huishoudens komen gemiddeld meer dan 100.000 euro tekort bij het kopen van een huis.
Lage inkomens kregen in 2024 met name nieuwe corporatiewoningen ter verhuur toegewezen. Ruim 80 procent van de nieuwe huurwoningen ging naar huishoudens met een laag inkomen. Slechts 1 tot 3 procent van de goedkopere nieuwe corporatiewoningen ging naar hoge inkomens.
Voor ouderen is koopwoning beter bereikbaar
Dat wil niet zeggen dat nieuwe koopwoningen helemaal buiten bereik waren voor lage inkomens: 20 procent van de huishoudens met een laag inkomen kwam in een koopwoning terecht. Bij de middeninkomens was dat ongeveer de helft van de huishoudens.
Bij huishoudens met een laag inkomen die toch in een dure nieuwbouwwoning kwamen te wonen, ging het relatief vaak om 65-plussers. Vaak hadden deze oudere bewoners naast hun lage inkomen wel een groter vermogen, schrijft het CBS.



