Vorig jaar kon de modale starter nog een hypotheek krijgen waarmee 2,1 procent van het woningaanbod binnen bereik was. Nu is dat slechts 1,2 procent, meldt De Hypotheker vrijdag in een jaarlijks onderzoek naar het aanbod voor huizenzoekers met een modaal inkomen.
„Ook tweeverdieners leveren voor het eerst in twee jaar terrein in, doordat het extra woningaanbod de gestegen hypotheekrente en de hogere huizenprijzen niet kan compenseren”, zegt Mark de Rijke, commercieel directeur van De Hypotheker.
Vooral betaalbaar
Volgens hem moet de overheid hier rekening bij houden bij de woningbouwplannen: „We moeten niet alleen meer huizen bouwen, maar vooral betaalbare woningen die aansluiten bij wat mensen met een modaal inkomen verantwoord kunnen financieren.”
Stellen met beiden een modaal inkomen, kunnen zich 32 procent van de woningen veroorloven. Dat was vorig jaar 36 procent. De adviesketen constateert dat ’Jan Modaal’ dus niet profiteert van het recordaantal woningen dat nu te koop staat: 14 procent meer dan vorig jaar.
Een van de oorzaken is volgens de onderzoekers dat de huizenprijzen nog steeds sneller stijgen dan de inkomens. In juli werd voor een bestaande woning volgens het CBS gemiddeld 500.988 euro betaald. Dat is 3,9 procent meer dan een jaar geleden. De modale salarissen stegen echter slechts met 3 procent.
Met een modaal inkomen van 48.000 euro, kan je volgens De Hypotheker maximaal 213.542 euro lenen. Dat is 1541 euro minder dan vorig jaar. Voor modale tweeverdieners ligt de maximale hypotheek op 406.133 euro. Dat is wel meer dan vorig jaar: 5525 euro.
De maximale leensom staat onder druk omdat de hypotheekrente het afgelopen jaar gemiddeld ongeveer 0,4 procent is opgelopen.
Alleenstaanden met een modaal inkomen maken de meeste kans op een woning in de provincies Limburg, Zeeland en Groningen. Daar ligt ruwweg 1 op de 25 woningen binnen bereik.
Dubbelmodaal meeste keus
Flevoland is dan de lastigste provincie om iets te vinden. Slechts 0,1 procent van de woningen is daar binnen bereik: dus 1 op de 1000. In Utrecht en Noord-Holland is de situatie nauwelijks beter (beiden 0,3 procent).
Bij de grote steden is Rotterdam de minst onmogelijke optie (2,3 procent van de woningen bereikbaar), terwijl het in Amsterdam net zo lastig wordt als in Flevoland (0,1 procent).
Koppels met een dubbelmodaal inkomen hebben de ruimste keus in Groningen (55 procent) en Limburg (51 procent). In de provincies Utrecht en Noord-Holland liggen die percentages ongeveer op de helft daarvan. Minder weergeven



