Het blijft voor veel mensen lastig om een huis te kopen, omdat de huizenprijzen nog altijd stijgen. In juni lagen de prijzen van bestaande koopwoningen gemiddeld 4,1 procent hoger dan een jaar eerder, blijkt uit cijfers van statistiekbureau CBS.
De prijsstijging vlakt de laatste maanden wel wat af, meldt het CBS. Desondanks liggen de huizenprijzen inmiddels ruim boven de vorige prijspiek uit de zomer van 2022. Na een tijdelijke daling begonnen de prijzen vanaf medio 2023 weer op te lopen.
Ondanks de prijsstijgingen worden meer woningen verkocht. In juni wisselden ruim twintigduizend bestaande woningen van eigenaar. Dat is bijna 8 procent meer dan een jaar eerder. Ook in de eerste helft van dit jaar lag het aantal verkopen hoger.
De gemiddelde verkoopprijs lag in juni rond 496.000 euro. Dat bedrag zegt overigens niet wat een doorsnee koper voor een doorsnee huis betaalt. In de ene maand kunnen bijvoorbeeld meer grote vrijstaande woningen worden verkocht en in een andere maand juist meer appartementen. Daarom gebruikt het CBS voor de prijsontwikkeling een aparte index, waarin voor zulke verschillen wordt gecorrigeerd.
In welke regio iemand zoekt, maakt bovendien veel uit. In Groningen stegen de prijzen in het tweede kwartaal het hardst. In Noord-Holland was de toename het kleinst. Van de vier grootste steden liep Den Haag voorop, terwijl de stijging in Amsterdam beperkt bleef.
Ook het soort woning speelt een rol. De prijzen voor vrijstaande huizen en twee-onder-een-kapwoningen stegen sterker dan de prijzen voor appartementen. Bij tussenwoningen nam het aantal verkopen het sterkst toe: met 4,6 procent ten opzichte van een jaar eerder.



