Gemiddeld betaalden huurders 20,94 euro per vierkante meter, ongeveer 5 procent meer dan een jaar eerder. Daarmee gingen de huurprijzen harder omhoog dan de inflatie en prijzen van koopwoningen. Wel zijn de huurprijzen vergeleken met de eerste drie maanden van dit jaar licht gedaald. Dat is de eerste daling op kwartaalbasis in ruim twee jaar.
Nieuwe huurders betaalden in het tweede kwartaal gemiddeld 1.882 euro per maand, zo'n 3 procent meer dan vorig jaar. Omdat verhuurders doorgaans een bruto maandinkomen van minimaal drie keer de huur vragen, is inmiddels een inkomen van ongeveer 5.650 euro per maand nodig om een gemiddelde vrijesectorwoning te kunnen huren.
De krapte op de huurmarkt houdt aan. Er kwamen 11.389 huurwoningen in de vrije sector beschikbaar, terwijl in dezelfde periode 12.150 woningen van de markt verdwenen doordat ze werden verhuurd of uit de verhuur werden gehaald. Daardoor hadden woningzoekenden per saldo 761 woningen minder om uit te kiezen.
Sinds de invoering van de Wet betaalbare huur op 1 juli 2024 verkopen verhuurders steeds vaker woningen die eerder te huur stonden. Uit transactiedata van het Kadaster blijkt dat in het tweede kwartaal van 2026 landelijk 5,6 procent van alle woningverkopen een voormalige huurwoning was. Volgens Pararius verschuift het verkopen van leegstaande huurwoningen nu steeds meer naar de duurdere sector.



