Wonen slokt nog altijd een groot deel van het inkomen op, vooral voor mensen die net hun eerste stap op de woningmarkt zetten in de vrije sector. Zij zijn relatief het meest kwijt aan hun woonlasten, blijkt uit cijfers van statistiekbureau CBS.
Huiseigenaren besteden gemiddeld het kleinste deel van hun inkomen aan wonen, terwijl huurders in zowel de sociale als de vrije sector een aanzienlijk groter deel kwijt zijn aan huur en bijkomende kosten. Vooral in de vrije sector lopen die lasten snel op. Gemiddeld genomen daalde het aandeel van het inkomen dat huishoudens kwijt zijn aan wonen in 2024 iets ten opzichte van een jaar eerder. Toch blijven de verschillen tussen groepen groot. Wie een eigen woning heeft, houdt over het algemeen meer ruimte over in het budget dan iemand die huurt. Dat komt onder meer doordat hypotheeklasten vaak stabiel blijven of dalen, terwijl inkomens van huiseigenaren juist vaker stijgen en huren sneller meebewegen met de markt. Ook woonduur speelt mee. Mensen die korter in een woning wonen, zijn vaker een groter deel van hun inkomen kwijt aan wonen dan huishoudens die al langer op hetzelfde adres zitten. Binnen de vrije sector springen starters er duidelijk uit. Zij besteden gemiddeld het grootste deel van hun inkomen aan woonlasten: ruim een derde van hun inkomen, laat het CBS weten.


