De woningmarkt blijkt "robuuster" dan gedacht, schrijft de Rabobank woensdag op basis van nieuw onderzoek. Dat betekent dat de huizenprijzen blijven stijgen, ondanks de spanningen in het Midden-Oosten, de hogere rentes en de economische onzekerheid.
Gemiddeld zijn woningen dit jaar 4,2 procent duurder dan vorig jaar. In 2027 stijgt de gemiddelde prijs naar verwachting met nog eens 3,2 procent. Het aantal verkochte woningen zal waarschijnlijk wel dalen. De bank verwacht dit jaar 241.000 woningtransacties en volgend jaar 226.000.
De prijzen kunnen weer gaan dalen als er meer woningen beschikbaar komen. Daarvan is deels al sprake: doordat veel investeerders hun huurwoningen verkopen, is het aanbod groter. Maar dat extra aanbod is nog altijd niet genoeg om aan de grote vraag te voldoen, zegt de Rabobank.
Hoewel er recent veel bouwvergunningen zijn verleend, zal het aantal nieuwbouwwoningen komend jaar naar verwachting niet sterk groeien. Dat komt door onzekerheden rond het volle stroomnet en stikstof.
Ondanks de hogere prijzen worden er veel woningen verkocht. Dat komt volgens de bank door de "relatief sterke loongroei", waardoor woningen voor meer mensen binnen bereik komen. Voor veel huishoudens blijft de betaalbaarheid echter een groot probleem.
De Rabobank keek bijvoorbeeld naar huishoudens met een inkomen van anderhalf keer modaal. Zo'n huishouden kan dit jaar waarschijnlijk 360.000 euro lenen. Daarmee komt het ongeveer 80.000 euro tekort voor een woning met de gemiddelde huizenprijs van 440.000 euro.
Het verschil tussen de Randstad en regio's aan de randen van Nederland is groot. In Amsterdam en de regio Utrecht is slechts 2 procent van de rijtjeswoningen van 80 tot 120 vierkante meter financieel bereikbaar voor een huishouden dat anderhalf keer modaal verdient. In regio's als Zeeuws-Vlaanderen, Oost-Groningen en Delfzijl is ruim 94 procent van zulke woningen voor datzelfde inkomen financieel bereikbaar.



