Jaarlijks wordt de maximale huurverhoging op 1 juli door de Rijksoverheid bekendgemaakt. Veel verhuurders voeren deze percentuele verhoging dezelfde maand nog door.
De hoogste prijsstijgingen waren dit jaar voor rekening van mensen met een huurwoning in de vrije sector. Zij betalen sinds juli 2026 gemiddeld 4,5 procent meer per maand dan een jaar eerder.
Daarmee lijkt het maximumpercentage voor de jaarlijkse huurverhoging van woningen in de vrije sector te zijn overschreden. Toch is dit volgens hoofdeconoom van het CBS, Peter Hein van Mulligen, niet het geval: „Wanneer een bewoner van een vrijesectorwoning verhuist en de woning daarmee vrijkomt, is de verhuurder niet gebonden aan de jaarlijkse maximumstijging van 4,4 procent. Dan mag hij gerust 10 procent meer huur vragen. Om deze reden is de werkelijke gemiddelde huurstijging eigenlijk altijd hoger dan de toegestane stijging.”
Dit geldt ook voor dit jaar, waarin de huurstijging van huurders die niet zijn verhuisd, uitkomt op 3,8 procent.
De prijsstijging voor huurwoningen geldt ook voor woningen in de sociale huur. De meeste woningen in dit segment zijn in het bezit van woningcorporaties. Zij verhoogden de huren van hun woningen met gemiddeld 4,4 procent. Overige verhuurders van sociale huurwoningen rekenden een lichtere stijging van 4,1 procent.
Van de vier grootste steden in Nederland, kende Rotterdam gemiddeld de hoogste stijging in huurprijs. De stijging bedroeg daar 4,7 procent. In Amsterdam, Utrecht en Den Haag lag dit tussen de 4,3 en 4,5 procent.



