Huiseigenaren trokken bij hun belastingaangifte in totaal 24,8 miljard euro van hun inkomen af vanwege hun woning, constateert het CBS vrijdag in een bericht over de aftrek. Dat was 7 procent meer dan het jaar tevoren. De aftrek bestond voor 94 procent uit de hypotheekrenteaftrek en voor de rest uit aftrek op grond van de Wet Hillen. Op grond van deze regeling, die wordt uitgefaseerd, betalen mensen met weinig hypotheekschuld minder belasting.
Eerder daalde het belastingvoordeel juist jarenlang, constateren onderzoekers van het CBS. „Dat kwam door de dalende hypotheekrentes, de afbouw van de hypotheekrenteaftrek en van de Wet Hillen.”
Overigens stijgen ook de bedragen die de staat kwijt is aan huurders. Vorig jaar werd 5,2 miljard euro aan huurtoeslagen toegekend, daar komt dit jaar een miljard bij. Daarmee staan huurders en woningeigenaren qua belastingvoordeel ongeveer op gelijke hoogte. Tegenover het rentevoordeel van huiseigenaren, staat namelijk dat ze samen 3 miljard euro kwijt zijn aan onroerendezaakbelasting.
Hogere inkomensgroepen
Hogere inkomensgroepen hebben vaker ook gemiddeld hogere hypotheekschulden. Daarom komt 49 procent van het totale belastingvoordeel van 9,5 miljard bij de 20 procent hoogste inkomens terecht, aldus de cijfers van het CBS.
Bij de 20 procent huishoudens met de laagste inkomens komt slechts 1 procent terecht van het totale belastingvoordeel. Dit komt doordat maar een klein deel (13 procent) gebruikmaakt van de aftrekregeling en omdat ze vaker kleinere hypotheekschulden hebben.
De lagere inkomens hebben wel in verhouding meer belastingvoordeel van de regeling, constateert het CBS. De aftrek verlaagt hun belastingheffing gemiddeld met 27 procent, bij hogere inkomens is dat gemiddeld slecht 5 procent.
Volgens het CBS gaat het grootste gedeelte van de hypotheekrenteaftrek naar huishoudens van 45 tot 55 jaar. Bij paren met kinderen en een eigen huis, gebruikt 81 procent de hypotheekrenteaftrek en/of de Wet Hillen. Dit resulteerde in een belastingvoordeel van 4,6 miljard euro.
Van de paren zonder kinderen gebruikt 71 procent de aftrek, die 2,8 miljard euro belastingvoordeel oplevert. Eenoudergezinnen (39 procent) en eenpersoonshuishoudens (34 procent) hebben juist het minst vaak voordeel van de fiscale regeling doordat zij minder vaak een eigen woning bezitten.



